Architectuur
Anton Geesink-stadionIn 1986 ontwierp Rop Ranzijn een enorm stadion. Amsterdam was toen in de race om de Olympische Spelen naar Amsterdam te halen in 1992.
"Revolutionair ontwerp Olympisch Stadion" kopte het Haarlems Dagblad op 24 juni 1987. "Prachtig ontwerp voor een nieuw Olympisch Stadion" wist het Rotterdams Nieuwsblad op 25 juni 1987 te vertellen. En "Een mooi idee uit idealisme geboren" vatte de Helderse Courant op 25 juni 1987 samen.
Revolutionair zonder enige twijfel: het stadion dat ruim 120 meter hoog boven de grond uitsteekt, heeft de vorm van een kolossale voetbal, waarvan de bovenste kant door een enorme hand wordt opgelicht.
Het stadion heeft een diameter van 250 meter en kan zonder moeite plaats bieden aan 65.000 toeschouwers. Er is vanzelfsprekend een gescheiden entree voor spelers en publiek. Onder het stadion moet in twee parkeerlagen ruimte komen voor maar liefst vierduizend parkeerplaatsen voor auto's. Tevens is er ondergronds alle ruimte voor verschillende sportcentra, kleedkamers, winkels en congres- of bioscoopruimten. het stadion met de uitzonderlijke vormgeving moest voor Amsterdam net zo belangrijk worden als de Eiffeltoren voor Parijs en het Vrijheidsbeeld voor New York.
CONNECTION:
hand in hand,
brug naar de toekomst
Vandaag de dag stuurt ontwerper Rop Ranzijn een minstens even verbluffend design de wereld in. Geïnspireerd door "de Schepping" de wereldberoemde muurschildering van Michelangelo, ontwierp Rop een gigantische bewegende verkeersbrug. Het bouwwerk is groots in zijn eenvoud: twee grote, witte handen die contact met elkaar zoeken, over de natuurlijke watergrens heen. Een oogstrelend en indrukwekkend spektakel.
